Boek Nederlands

De klaverknoop : gedichten

Paul Demets (auteur)

De klaverknoop : gedichten

Paul Demets (auteur)
Onze identiteit wordt bepaald in relatie tot onze omgeving: de ouders, de geliefde, onze kinderen, de samenleving. We zijn met hen verknoopt. Maar, zoals de Franse filosoof Alain Badiou schrijft: er is geen authentieke kern in ons. En toch blijven we proberen om onszelf te vinden.
In De klaverknoop gaat Paul Demets op zoek naar de mens, en in het bijzonder naar de verknooptheid van
Titel
De klaverknoop : gedichten
Auteur
Paul Demets
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2018
74 p.
ISBN
9789403123301 (paperback)

Besprekingen

edichten die verpoppen

Paul Demets zet de gezinsverhoudingen op messcherp in zijn filosofische dichtbundel De klaverknoop.

Op het omslag van Paul Demets' nieuwe bundel De klaverknoop prijkt een terrastafeltje voor vier, badend in het rode licht van een zonsondergang, ergens op het strand van de Libanese badplaats Tripoli. Idyllisch, zou je zeggen. Uitnodigend, ook. Als je Demets' gedichten begint te lezen, doemt er echter bepaald geen gezelschap op dat je ontspannen aan dit tafeltje ziet plaatsnemen. Eerder fileert de dichter het burgerlijke gezinsleven, zodanig dat alleen al het idee van een vakantie aan de Middellandse Zee verstikkend wordt. Zowel de moeder als de vader komt er in het 'Ouderhuis', zoals de derde cyclus uit De klaverknoop heet, niet zonder krassen vanaf. Sterker nog, beiden worden uitdrukkelijk verbonden met geweld. 'Haar nagels een klauw liggen op mijn// te azen', schrijft Demets over de moeder, terwijl ook van de vader een voortdurende dreiging uitgaat: 'Zijn handen houden zich op in mijn buurt.'

Veel grimmiger kan de representatie van een gezin moeilijk zijn. Toch is ­De…Lees verder

Rode draad in deze derde bundel van de Vlaming Paul Demets (1966), naast dichter ook poëzierecensent, vormt een zevental vierregelige gedichten, verspreid over de bundel. Begin: 'Werd ik vormloos / bloedeloos glad een rups die niet genoeg gekregen had?' Midden: 'Een rups die groeide en vrat tot ze in haar cocon gesponnen zat.' Einde: 'Zo diep / zijn we verknoopt dat ik tot hen lig te verpoppen. We hebben / hetzelfde bloed.' De bundel is in tweeën gesplitst. Deel een heet Monade en bestaat uit de afdelingen Moedervlek, Vaderhand, Ouderhuis, Vrouwenmantel, Vaderrol. Het tweede deel is getiteld: Nomade, onderverdeeld in Reisgezel en Eigenheimer. De titels van deze afdelingen geven aan waarover deze bundel handelt: de relatie met de omgeving, ouders, geliefden, kinderen, samenleving. En daarbij de vraag welke plaats het individu daarin inneemt. 'Hier moeten we niet zijn. Is hier iemand aan wie we / de weg kunnen vragen?' Klaverknoop is de scheikundige benaming voor een bepaalde moleculair…Lees verder